woensdag 4 juli 2012

Donderdag 17 mei 2012 van Shangri-La naar Yangshuo


Ik  heb goed geslapen vannacht en sta fris op. Helaas blijft dat niet lang zo; al na het ontbijt kondigt zich een hoofdpijn aan die de rest van de dag alleen maar erger wordt.
Aangezien het gisteren flink fris was, trek ik onder mijn sweatvest verschillende T-shirts over elkaar aan en zelfs doe ik een shawl om.
Na het ontbijt meldt Nima zich en gedrieën gaan we – eindelijk - het aan de overzijde gelegen klooster bezoeken. We verlaten ons retreat door “de achterdeur”  waar een mannetje de wacht houdt (hoezo dan? lopen er hier gewelddadige yaks rond? J) en lopen door een paadje door het weiland naar de achterzijde van het klooster. We hebben de afgelopen dagen vele mensen hun ronde rondom het klooster zien maken en nu komen we ze van dichtbij tegen. Afhankelijk van hoeveel tijd ze hebben maken ze deze ronde om het klooster 1 tot 3 keer per dag.  Wat ze daarmee af proberen te dwingen is me niet helemaal duidelijk maar ze doen dit natuurlijk om religieuze redenen.
Een hele ronde maken om het klooster en alle gebouwen die erbij horen lijkt me nog een hele klus, ik schat dat het toch zeker wel een uur in beslag zal nemen vooral ook omdat de weg hier en daar behoorlijk stijl omhoog loopt.
Wij gaan door een kleine ingang ergens naar binnen en lopen tussen allerlei vervallen huisjes door. Nima legt uit dat dit het oude gedeelte is, hier wonen alle monniken (lama’s). Er zijn ook betrekkelijk nieuwe huisjes en de huisjes zien er verschillend uit. Sommigen hebben een leuke uitbouw van glas anderen lijken meer op een hondenhok.
We komen langs een wederom met vlaggetjes behangen stupa en Nima gaat ons voor “in gebed” : hij laat alle gebedsrollen rollen en natuurlijk volgen wij in zijn voetsporen.
Ik moet telkens bukken om onder de vlaggetjes door te kunnen lopen want die zijn op Snees-hoogte gespannen.
Overal staan hele kleine aardewerk dingetjes die nog het meest op een mini-stupa lijken, maar dan terra-cotta kleurig. Soms staan er een heleboel bij elkaar in een berg as. Ik vraag Nima wat dit zijn en hij vertelt dat als iemand overleden is en gecremeerd is, men de as vermengt met klei en daar deze piepkleine torentjes van bakt. Deze worden dan neergezet bij de stupa of het klooster, zo is de overledene nog steeds verzekerd van gebed.
Inmiddels is de zon uitbundig gaan schijnen en alhoewel de lucht ijl aanvoelt door de hoogte begint het warmer en warmer te worden. Mijn sweater en shawl gaan al gauw uit en af.
Dan slaan we een hoekje om en staan op een groot plein voor het eigenlijke klooster. Het gebouw is prachtig versierd met houtsnijwerk dat in de meest felle kleuren geschilderd is.
Tegen een strak blauwe lucht op de achtergrond – eindelijk! – is het heerlijk fotograferen.
Monniken in bordeauxrode gewaden lopen over het plein voor het klooster en de geur van wierook prikt overal in je neus. Als we binnen in het klooster gaan kijken zien we een gigantisch grote gouden Boeddha die ik helaas niet mag fotograferen.
Binnen in het klooster is alles ook bijzonder kleurrijk en bovendien ligt alles helemaal bomvol met biljetten van een paar yuan. Overal liggen bergen; als je zou willen, zou je het zo in je zak kunnen steken (wat vrij onzinnig is, want 1 yuan = 12 cent). De biljetten liggen op beelden, op tafels, stoelen en zelfs op de grond. Het ziet er apart uit.
Als we weer naar buiten komen word ik door een vrouw aangesproken die met me op de foto wil en daarna koop ik bij een stalletje van een monnik een klein souvenir.
Dat gaat niet zomaar: ik wijs aan wat ik wil hebben, betaal de man, hij doet het souvenir in een zakje en net als ik mijn hand uit wil steken om het zakje aan te nemen brengt hij het zakje naar zijn gezicht en begint met gesloten ogen een gebed te zeggen.
Beleefd wacht ik totdat hij klaar is –Nima legt uit dat hij het souvenir inzegent – maar het gebed duurt verdraaide lang.
Afijn, daarna krijg ik het zakje aangereikt met een diepe buiging en een beleefde lach en bedank ik de man door ook een buiging voor hem te maken.
Dat souvenir kan niet meer stuk!

Ik probeer foto’s te maken van vrouwen die het klooster bezoeken (zij bezoeken het klooster om te bidden en sommigen zijn schoonmaaksters. Vrouwen mogen niet binnen de muren van het kloostercomplex wonen) maar dat vinden ze niet prettig dus het moet een beetje stiekem.
Een groep jonge monniken (nog geen 18 jaar schat ik) glimlacht verlegen naar ons.
Met hun sportieve sneakers die onder hun pijen uitkomen, zien ze er aandoenlijk uit.

Nima laat ons “zijn”  tempel zien: in deze tempel komen alle mensen uit zijn dorp en dus kent hij er iedereen (dat klopt; verschillende mensen zegt hij gedag of maakt een praatje met hen)
Binnen in deze tempel geeft hij uitleg over de verschillende, kleurrijk kinderlijke beelden die er staan en daarna maakt hij op mijn verzoek een foto van ons voor de poort van de tempel.
Verspreid over het hele complex liggen dus meerdere kloosters, degene op het hoofdplein zijn het grootst en het belangrijkst.

Na een hele tijd rondzwerven en de brandende zon op mijn kop begint mijn hoofdpijn heviger te worden. We hebben behoorlijk wat gefotografeerd en omdat we ook de tijd van ons vliegtuig in de gaten moeten houden, gaan we terug naar ons retreat volgens dezelfde weg. Op de heenweg was dat naar beneden, nu moeten we dus klimmen.
Nima gaat voorop, daarna volgt Remco en daarachter sjok ik. Ik heb ineens erg veel last van de hoogte en ben buiten adem. Mijn hoofd begint te bonken en ik heb zo’n dorst, zo’n dorst.
(En dat, terwijl ik toch continue liters water wegwerk…)
Telkens moeten Nima en Remco op mij wachten, mijn benen willen plotseling niet meer.
De shawl die ik vanmorgen nog om mijn nek had tegen de kou, doe ik nu om mijn hoofd tegen de zon. Het weer in Nederland kan veranderlijk zijn maar in Shangri-La kunnen ze er ook wat van.

Wij hebben gisterenavond van een stel Engelse toeristen in het retreat de tip gekregen om toch vooral de "Impression Show" te bezoeken in de volgende plaats van bestemming, Yangshuo.
Volgens hen is dit een show die we echt niet mogen missen en daarom hebben we Nima gisteren gevraagd contact op te nemen met onze gids in Yangshuo om hem te vragen om kaartjes voor deze show te bemachtigen. Nu we hem ernaar vragen deelt hij ons mee dat het hem helaas niet gelukt is contact te leggen. Dat is wel een beetje een teleurstelling maar we nemen ons voor om bij aankomst in Yangshuo onze gids hier direct naar te vragen.

Terug bij het retreat overleggen we met Nima: we willen hem een kleine lunch ter afscheid aanbieden, we hebben echt een erg leuke tijd met hem gehad.
Onder de lunch krijgen we zelfs compleet de slappe lach als we fantaseren hoe zijn toekomstige guesthouse eruit moet gaan zien.
“Zoiets als hier”  zegt Nima, “natuurlijk minder groot en luxe, maar qua stijl hetzelfde”
We stellen ons voor hoe hij het retreat keer op keer bezoekt, foto’s en aantekeningen maakt en uiteindelijk maakt hij zelf een grap over rondlopen met een meetlint om alles daarna exact na te maken in zijn eigen guesthouse.
De tranen rollen over zijn wangen en na de lunch bedanken we hem uitgebreid en overhandigen hem een paar Delfts Blauwe klompjes om onze genegenheid te tonen.
Ook de chauffeur krijgt een paar klompjes en daarna rijden we naar het vliegveld.

Inmiddels ben ik vier paracetamolletjes verder en hoewel ik nog steeds druk aan het fotograferen ben (het verlaten vliegveld van Shangri-La moet je immers vastleggen al was het alleen maar om de naam) gaat het steeds slechter met me.
Ik voel de bui al aankomen, maarja, we moeten vliegen naar Yangshuo en daar is gewoon niets aan te doen. Dus, verstand op nul en een bakkie koffie in de vertrekhal van het vliegveld doen.
Als we nagenoeg verlaten vertrekhal van het vliegveld binnenkomen staat daar een Snees mevrouwtje te wachten, de handen achter de rug, die ons onmiddellijk aanspreekt en ons in slecht Engels informeert dat we te vroeg zijn voor onze vlucht (hoe weet zij nou wanneer en waar naartoe wij vliegen? J ) en ze verwijst ons naar de koffiebar.
Ja, fijn, dank u wel mevrouw, maar ik wil eerst nog een paar foto’s van de vertrekhal nemen, want die ziet er zeer kleurrijk uit.
Mevrouw Snees blijft echter maar herhalen dat we DAAR koffie kunnen drinken dus na drie foto’s houd ik het voor gezien.

De vlucht naar Yangshuo duurt niet zo lang, maar uiteraard vertrekt het vliegtuig wel weer met vertraging. Dat schijnt wel zo’n beetje standaard te zijn.
Er is gelukkig veel beenruimte en dat is een onverwachte meevaller.
Ik mompel tegen Remco dat ik maar een ding wil en dat is plat op bed in een donkere kamer.
Ik hoop dat we snel in het hotel zijn.

Groot is daarom de teleurstelling als onze nieuwe gids Steven (27 jaar, getrouwd, een zoon) ons ophaalt op het vliegveld van Yangshuo en meldt dat het nog twee uur rijden is naar ons hotel.
Help, ik voel me hondsberoerd…. L
Ik heb nu iets dat verdacht veel in de richting van migraine gaat en ben nauwelijks nog aanspreekbaar.
Daarom hang ik de gehele reis – die helaas ook nog eens zeer hobbelig is – zo’n beetje voor lijk op de achterbank van de Van en vermaakt Steven Remco door hem te overladen met informatie over Yangshuo en omgeving.
Tegenover Steven verontschuldig ik me “ Zo ben ik anders echt niet hoor, ik ben altijd overal in geïnteresseerd, maar nu even niet”  Zucht… L

Als we dan eindelijk bij het hotel aankomen (biedt een ietwat smoezelige aanblik) ga ik gelijk door naar de kamer, en uiteraard plat op bed.
Voor douchen neem ik geen tijd, ik moet echt liggen anders gaat het fout.
Mag het licht alstublieft uit?
Remco vraagt of ik iets wil eten. Als ik daar even over nadenk besef ik, dat ik een lege maag heb en alhoewel ik absoluut geen honger heb is het wellicht wel verstandig om iets te eten in verband met de hoofdpijn.
In het hotel is echter niets meer te eten te krijgen en ik ga echt de straat niet meer op.
Remco en Steven gaan er daarom samen op uit en ik blijf in het donker achter op de hotelkamer. Godzijdank is het stil en koel, want de airco werkt prima.

Na een uurtje komt Remco terug met kipnuggets van de KFC (ach, wat jammer, zit die hier ook al? L ) en na een paar van die dingen en wat patatjes erbij wil ik weer liggen.
Remco gaat nog gauw even douchen maar daar heb ik echt de fut niet voor.
Ik hoop dat ik zo snel mogelijk in slaap val dan voel ik de hoofdpijn niet meer en laat dit in godsnaam morgen over zijn… zucht… L

De ingang naar de receptie van het retreat
De receptie/lounge

De receptie/lounge

Uitzicht over de besneeuwde bergtoppen; aan de andere kant ligt Lijang

We lopen door het weiland naar het kloostercomplex

En verlaten ons complex door de "achteruitgang"
Deze mensen maken hun ronde om het kloostercomplex

Nima en Remco

Stupa met gebedsmolens

Nima gaat ons voor

Daarna laat Remco de gebedsrollen rollen
En daarna ik, maar ik moet overal bukken..

Het wordt warmer en warmer


Gebedsvlaggetjes


Heel veel gebedsvlaggetjes


Een zij-ingan van het koostercomplex

Gebedsrollen

Met vlaggetjes behangen stupa



Wierookstalletje

Prachtige kleuren, prachtig houtsnijwerk





Wierook







Natuurlijk moet ik weer op de foto

Het grote plein voor het grote klooster
Wierook


Dakpannen worden op hun plaats gehouden door stenen




Voor de tempel van Nima's dorp

De rondgang rond het klooster
Ineens is het bloedheet


Het vliegveld van Shangri-La


Zelfs hier gebedsrollen


Klinkelende belletjes op het dak


Het Sneeze mevrouwtje in de aankomsthal van het vliegveld van Shangr-La

Aankomsthal vliegveld Shangr-La




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen