maandag 25 juni 2012

Dinsdag 15 mei 2012 van Lijiang naar Shangri-La

Om 07.00 uur komt suffe Suzan ons weer ophalen vandaag, want vandaag vertrekken we  uit Lijiang en zullen we met de auto naar Shangri-La rijden; een tocht die de hele dag in beslag zal gaan nemen. Ik heb helemaal geen zin om met suffe Suzan te praten maar dat blijkt ook niet nodig want als we uitgecheckt hebben en naar de auto zijn gelopen die op ons staat te wachten aan de rand van de oude stad blijkt, dat zij niet met ons mee zal gaan vandaag. Prima!
Op een niet-Engels sprekende sufferd zitten we niet te wachten!
(Onderweg lopend naar de auto werkt Remco behoorlijk op haar zenuwen door achter iedere zin te vragen “Do you understand?” J )
We zullen alleen met de chauffeur reizen en ergens onderweg onze nieuwe gids oppikken.

Dus daar gaan we, Lijiang uit. Weer door de voorsteden met de honderden torenflats en tenslotte laten we al het stadse achter ons en rijden we door steeds minder bewoond gebied.
Uiteindelijk rijden we over het “platteland” van China en komen we af en toe door een dorpje.
Op stille stukken staan huisjes her en der verspreid en dat mensen in deze buitengebieden geen stromend water hebben is heel erg duidelijk: Het stroompje water dat links van de weg loopt en waarlangs wij rijden wordt voor van alles en nog wat gebruikt. We zien een vrouw haar mop in de stroom dopen om daarna terug naar haar huisje te lopen. Een meisje staat naast het riviertje haar haren te wassen voorovergebogen boven een plastic teiltje en verderop staat een man zich te scheren met behulp van een klein zakspiegeltje.
Een vrouw loopt langs de weg met een juk met daaraan twee zinken emmers tot de rand toe gevuld met water en volgens mij moet dat loodzwaar zijn….
Ook liggen overal stukken rots. Deze zijn afgebrokkeld van de rotsen en worden door de plaatselijke bevolking gebruikt als bouwmateriaal. Maar hoe verplaats je een groot, zwaar stuk rots?
Wel, dat doe je als volgt: je legt er een ketting omheen, de ketting bevestig je aan een stevige stok en die stok, daar zet je je schouders onder, aan ieder uiteinde van de stok EEN persoon. Alles is handwerk en berezwaar….
Een koe staat midden op de weg te poepen en de chauffeur rijdt er zonder blikken of blozen omheen.
Onze chauffeur spreekt overigens geen woord Engels maar met hem redden we het wel. Hij is aardig en met suffe Suzan is al van tevoren overlegd dat als we willen stoppen voor een foto of zo, we hem dat gewoon kunnen zeggen (nou ja, “gebaren” dan!)
Ergens bij een klein klooster stopt hij echter uit zichzelf. Blijkbaar wil hij even een sigaretje roken en dat vinden wij prima; kunnen wij even het kloostertje bezoeken.
Van waar wij gestopt zijn, ligt het Boeddhistische klooster onderaan een enorme aantal trappen en Remco daalt gewapend met zijn camera direct af. Ik twijfel nog want een mens moet tenslotte alle trappen ook weer op als je ze eenmaal af bent gegaan… J
Vanuit de diepte gebaart Remco echter dat ik ook moet komen, dus daar ga ik dan maar…
Zag het kloostertje er van boven nog dichtgetimmerd en verlaten uit; niets is minder waar!
Beneden aangekomen lopen we er omheen en blijkt het volledig in gebruik te zijn.
Het staat vol met kleurige beelden er brandt wierook en er liggen stapels en stapels dakpannen met namen omheen opgestapeld. Ik weet waar dat voor is, want dat heb ik eens op TV gezien. Je kunt een bijdrage voor het onderhoud van het klooster doneren en in ruil daarvoor word je naam op een dakpan geschilderd en ligt deze voor eeuwig op het dak van het klooster.
Best leuk, maar we zien niemand die we hierover iets kunnen vragen dus onze bijdrage gaat hun Sneze neus voorbij J

Na de nodige foto’s moeten we dus al die trappen weer op – zucht, hijg, puf, steun – en gaan we weer verder met de auto.
De geasfalteerde weg waarop wij rijden – die door moet gaan voor een snelweg/provinciale weg houdt soms gewoon op te bestaan en dan moeten we over een onderhard stuk weg hobbelen.
Blijkbaar is men ook bezig met het aanleggen van een nieuwe weg, de pijlers daarvoor staan al overal in het landschap. Er wordt hierbij geen rekening gehouden met bestaande feiten; de pijlers lopen door dorpen heen, vlak langs huizen en ook DOOR het wegdek heen waar wij op rijden.
Apart… J

Uiteindelijk rijden we langs de nieuwe weg, die ongeveer een halve meter hoger ligt, door “onze” weg gescheiden van een wal die – naar later blijkt – is samengesteld uit een mengsel van aarde en beton. Over dit nieuwe wegdek ligt een zeil om te voorkomen dat het te snel droogt (vinden we ook later uit)
En dan gebeurt het: we staan plotseling stil. File? Ga je toch niet menen…
We staan hier toch op het platteland van China, toch niet op de A13?
Maar ja, kan altijd gebeuren natuurlijk, we zullen zo wel verder rijden.
Maar dat gebeurt dus niet…
We wachten en wachten en wachten nog langer en ik besef dat dit wel eens lang zou kunnen gaan duren…. L
Mensen stappen uit hun auto’s en uit hun trucks en beginnen heen en weer te lopen, zo ook Remco en de chauffeur. Ik besluit deze tijd maar nuttig te besteden en begin driftig in mijn travel journal te schrijven. Nadat Remco alle app’s op zijn iphone heeft geshowd aan de chauffeur besluit hij naar voren, naar de kop van de file te lopen om te kijken of hij Nederlandse gasten die in ons hotel in Lijiang verbleven - en vandaag ook naar Shangri-La zouden reizen - daar ook ergens in de file gestrand zijn. Prima, ik schijf nog wel even door.
Maar als Remco een half uur weg is moet ik toch eigenlijk wel plassen…
Ik moest al langer eigenlijk maar ja, er is hier geen mogelijkheid, dus niet aan denken…
Ik kan hier ook niet in de bosjes want die zijn er niet; rechts langs de weg rijst een kale rotswand loodrecht omhoog en links van de weg liggen rijstvelden waar talloze arbeiders op aan het werk zijn.
Verdorie… ik moet toch echt wel heel erg…
Na een uurtje komt Remco terug en voordat hij wat heeft kunnen zeggen, zeg ik : “Rem, ik moet echt ONTZETTEND plassen! “
Volgens Remco, die helemaal langs de file naar voren is gelopen – en inderdaad heeft staan kletsen met het Nederlandse stel dat ook in de file staat – is er daar ergens vooraan een tankstation “Kijk maar, ik heb chocolade en chips gekocht !” en daar is dan vast ook wel een toilet.
Hmmm..schoon zal het niet zijn maar als je moet, dan moet je!
Dus blijft de chauffeur de auto en de spullen bewaken en lopen wij langs de file naar voren. Ergens is een man aan het vliegeren op het nieuwe wegdek, naast de file. (had-ie die vlieger in de auto liggen en dacht-ie “nou heb ik er eindelijk eens tijd voor?”) en zien we aardbeiverkoopsters die de gelegenheid te baat nemen en hun koopwaar uitventen tussen de stilstaande auto’s.
Er is inderdaad een toilet bij het tankstation en het wordt druk bezocht.
Als ik naar binnen loop is de stank niet te harden en sta ik plots stomverbaasd stil. Waar zijn de deurtjes??? Hier is alleen en betegeld oppervlak met de bekende geul erin. Er staan betegelde schotjes en emmertjes om je rotzooi in te gooien, maar dat is het! Een tweetal vrouwen zit met de broek op de knieen gehurkt boven de geul.
Langs mij heen loopt een vrouw die net binnenkomt en onder het lopen maakt ze haar broek los en schuift hem naar beneden, gaat gehurkt zitten boven de geul…. Eh…
Tja…Ik moet echt heel nodig…
Dus, verstand op nul, broek naar beneden, niets aanraken en gaan met die banaan!
Als ik gehurkt boven de geul zit probeer ik niet naar de randen en de overvolle gore mandjes te kijken en al helemaal niet onder me te kijken…. Pfffff, wat een drama zeg…
Gauw plassen en wegwezen! Zo gezegd, zo gedaan en als ik naar buiten loop zie ik daar een wastafeltje. Zeep is er NOOIT ergens, maar hier is het nog erger: er is ook geen water L
Als ik de kraan opendraai, komt er niets uit…
Remco komt te hulp met het flesje desinfecterend spul dat we altijd bij ons hebben en voor dit noodgeval wordt ook een flesje mineraalwater opgeofferd.
Als ik zo mijn handen uitgebreid geschrobd heb, wil ik Remco’s iphone hebben en loop ik nogmaals naar binnen om hier een foto van te maken. Dit is toch wel een unicum ; een toilet zonder deuren…
Beleefdheidshalve wacht ik even tot er niemand meer gehurkt zit al zou dat op de foto wel grappig geweest zijn, maar zover wil ik niet gaan.
Als we teruglopen langs de file (we staan er in totaal nu bijna twee uur) komt er beweging in:
Sommige mensen zijn het zat en proberen tegen de wal op te rijden om het nieuwe wegdek te bereiken. Nu blijkt dus dat de wal bestaat uit een mengsel van aarde en beton, en deze auto’s komen dan ook met hun onderzijde hopeloos vast te zitten op de wal… L
De veroorzaker van de file blijkt een truck met pech te zijn (zien we als we helemaal vooraan zijn aangekomen) en die verspert de weg. EINDELIJK wordt er een bulldozer gecharterd die een gedeelte van de wal met bruut geweld wegvaagt waardoor de auto’s op het nieuwe wegdek kunnen komen en de truck kunnen passeren. De meeste chauffeurs doen dit echter in hun ongeduld van twee kanten tegelijk, waardoor de boel WEER vast komt te staan. Tssssss, domme Snezen…
Lang, lang daarna zijn we de file weer uit en applaudisseren we voor de chauffeur (die daarbij vrolijk glundert) als hij ons van het nieuwe wegdek weet af te sturen met behulp van aanwijzingen van Remco (je komt blijkbaar toch een heel eind met gebaren zelfs als je elkaars taal niet spreekt)
Verder rijden we weer door het Sneze landschap. Ergens in een klein dorpje stapt onze nieuwe gids voor dit gebied, genaamd Nima , in. Hij blijkt een vlotte knul van 31 jaar en is Boeddhistisch Tibetaan.
Als enige uit een gezin van 6 kinderen heeft hij gestudeerd in Kunming en spreekt hij Engels.
Met Nima kletsen we tijdens de lange autorit honderduit over politiek, emancipatie en cultuur.
Nima is modern en ruimdenkend. Hij heeft een relatie met een vrouw uit de Naxi-stam (Lijiang) en volgend jaar gaan ze trouwen. Zoiets was 20 jaar geleden nog ondenkbaar.
Ik vraag hem naar iets waarover ik gehoord heb: twee mannen die met dezelfde vrouw trouwen.
Dat gebeurt nog steeds volgens Nima, hij heeft twee ooms die samenwonen met dezelfde vrouw.
Compleet onbegrijpelijk voor Nima, zegt hij, want, “That is impossible if you love someone!” zegt-ie vol overtuiging.
Hij vertelt ons van alles over zijn dorp dat 200 zielen telt en zijn ouders die veehoeders zijn.
Zijn moeder spreekt alleen Tibetaans Chinees (geen gewoon Chinees) en weet niet hoe een telefoon werkt. Een van zijn broers die vrachtwagen chauffeur en analfabeet is, komt daardoor regelmatig in de problemen. Het zijn erg interessante verhalen allemaal en de tijd vliegt voorbij.
 
Inmiddels knorren onze magen behoorlijk, maar voordat we ergens zullen stoppen voor de lunch, gaan we Tiger Leaping Gorge bezoeken. Dit is een kloof waar wild stromend water doorheen buldert en die zijn naam dankt aan het feit dat de legende zegt dat een tijger de sprong naar de overkant zou kunnen volbrengen. Als we van bovenaf in de diepte kijken en daar het donderend geraas van het water zien en alle trappen die er naartoe leiden zie ik de bui alweer hangen. Straks al die trappen weer op… in de hitte…en we zitten op hoogte…. Zucht…
Maar ja, je wilt het toch van dichtbij zien hè  J
Dus daar gaan we, alle trappen af helemaal naar beneden alwaar we sprakeloos in het kolkende water kunnen staren. Gedeelten van het de houten loopvlonders die over het bulderende water zijn gemaakt zijn uitgevoerd in glas. Het is een beetje griezelig om daar overheen te lopen.
Midden in de kloof ligt een heel groot rotsblok. De tijger zou dus van een kant op het rotsblok springen, en van daaruit naar de overkant springen. Nou, geloof mij, geen dier zou zich zo dichtbij iets gevaarlijks als dit wagen, en een kat al helemaal niet! Wij kunnen elkaar hier beneden niet eens verstaan, zo’n herrie maakt het razende water.
Na de nodige foto’s maken we ons gereed om alle traptreden weer op te klimmen, terug naar de auto.
Afijn, een uur later… J (grapje)
Trede voor trede banen we ons zuchtend en zwetend weer een weg naar boven, Nima voorop. Natuurlijk is hij sneller dan wij, hij is immers gewend aan dit klimaat en deze hoogte maar zelfs hij zegt moeite te hebben met de hitte. Als we helemaal boven zijn moet ik echt even op adem komen, mijn hart bonst in mijn borstkas; het waren 550 traptreden, ik heb ze geteld!



Nu gaan we verder naar ons lunchadres. Nima vraagt ons alvast van tevoren of we het erg vinden dat het restaurant waar we gaan lunchen geen kaart heeft. Nee hoor, voor ons geen probleem maar hoe maken we dan duidelijk wat we willen?
Het antwoord is simpel; we wijzen het gewoon aan in de keuken!
Nima wijst aan en vertaalt naar het echtpaar dat voor ons kookt. Of we aardappels lusten? Paddenstoelen? Kippenvlees? Varkensvlees? Ja hoor, lusten we allemaal, dus kom maar op.
Het restaurant (dat in mijn ogen gewoon een hele grote kale zaal is die vol met tafels en stoelen gezet is; gezellig is anders…) is op het moment helemaal leeg. En waarom weet ik niet, maar voor ons is in een apart zijkamertje gedekt met een grote ronde tafel, een eigen privévertrekje dus.
Ergens op een kastje staan een heleboel thermosflessen. Deze zijn allemaal bedoeld om thee in te vervoeren; chauffeurs brengen deze mee en laten ze vullen als ze gasten afleveren.
In het gangetje naar de keuken toe zitten twee mannen te eten aan een heel laag tafeltje. Waarom ze niet aan een van de talloze tafels in het restaurant zitten weet ik niet, het lijkt me hier niet echt gemakkelijk…
De lunch is prima; het een na het andere gerechtje verschijnt op tafel met als afsluiter de onvermijdelijke pan soep die binnengedragen wordt als je al helemaal vol zit.
Na de lunch bedanken we de koks en gaan we weer verder, we hebben nog aardig wat uren te rijden.

We rijden en rijden en langzaam transformeert de omgeving om ons heen zich tot iets dat verdacht veel op Tibet lijkt; overal Stupa’s, veel vlaggetjes en yak’s langs de weg.
Goh, wat leuk zeg. Dat Shangri-La dus een stukje Tibet in China is, is niet gelogen!
We kletsen nog steeds honderduit met Nima en daarbij moet ik even iets uitleggen; we reizen in een soort mini-van en Nima zit niet naast de chauffeur, maar naast ons, er zijn drie stoelen naast elkaar.
Zodoende gebeurt het volgende: Remco stoot plotseling verschrikt Nima aan en wijst op de chauffeur..
Wat blijkt? Omdat Remco in het midden van ons drieën zit, kijkt hij in de achteruitkijkspiegel van de auto in het gezicht van de chauffeur en plotseling merkt hij, dat ’s mans ogen dichtvallen!
Help! Paniek in de tent! We roepen de chauffeur tot de orde en Nima begint met hem te praten.
Remco stelt een rookpauze voor en we maken grapjes dat we desnoods iedere vijf minuten willen pauzeren als we maar levend aankomen. Daar moet de chauffeur natuurlijk ook wel een beetje om lachen als Nima vertaalt, maar ja, het had zomaar anders af kunnen lopen!
“Blijf jij maar tegen hem praten” zegt Remco tegen Nima, “hou hem wakker, want we willen nog niet dood” L
“Zal ik anders rijden?” stel ik voor maar nee, dat hoeft nou ook weer niet… J
Iedereen – inclusief de chauffeur – is geschrokken van het voorval en de rest van de reis gaat alles prima.
’s Avonds om half 6 arriveren we dan ein-de-lijk bij ons retreat en WOW! Wat is het mooi!
Dit is met recht een “retreat”, poepiechique! De kamer en de badkamer zijn prachtig en ons bed is gesitueerd op een verhoging. Vanuit ons raam zien we het klooster dat we morgen gaan bezoeken, liggen. In dit klooster leven nog 700 lama’s (de monniken, niet de dieren)
Overal staan enorme vaten met water, ook in onze kamer. Omdat we op hoogte zitten (inmiddels 3200 meter) hebben we veel water nodig (drinken) maar op deze manier krijgt ons hele lichaam ook de nodige hydratatie. ..
Het is hier namelijk behoorlijk koud buiten en op de kamer lekker warm vanwege de nodige verwarmingen die opengedraaid zijn voor onze komst (het is hier eigenlijk veel te warm J ) en dan heeft een mens een beetje luchtbevochtiging wel nodig.
Sjee, ik zou best een rustig avondje willen hebben, lekker willen bloggen op deze mooie kamer bijvoorbeeld, maar het pakt anders uit.
In het prachtige restaurant waar we een Tibetaanse wijn uitproberen (volgens Remco niet te zuipen maar dat vind ik zwaar overdreven. Het was geen hoogvlieger die wijn, dat niet) ontmoeten we een Engels stel dat de hele wereld al afgereisd heeft. Een gezellig gesprek ontspint zich en eindigt met een afzakkertje aan de bar. En als we dan uiteindelijk op onze kamer komen is het weer hetzelfde liedje als iedere avond: we willen nog maar een ding: slapen! Zzzzzzz………….

Het boeddhistische kloostertje dat niet verlaten bleek.
Er zijn alleen geen mensen om een groepsfoto te maken... :-)

En dan staan we plotseling in de file
Remco laat de chauffeur zijn iphone zien
In mijn travel journal schrijven

De arbeiders lunchen op het land

Deze man is volgens mij met een dorsvlegen aan het dorsen!
En dan staat het van twee kanten vast.. domme Snezen :-)
Deze truck veroorzaakt alle ellende :-(
Het absoluut verschrikkelijk gore toilet zonder deurtjes!!!

De weg naar Shangri-La
Tiger Leaping Gorge


Tiger Leaping Gorge van bovenaf gezien
En een klein stukje naar beneden...

Zucht, straks al die trappen weer op :-(
Op de voorgrond onze gids Nima





Looppaden gedeeltelijk uitgevoerd in glas

Je kunt je ook naar boven laten dragen, maar nu even niet !!!


In de keuken van ons lunchadres
We mogen zelf aanwijzen wat we willen eten
Het gezellige restaurant (NOT)
Thermosflessen thee voor/van de chauffeurs
Deze twee eten in de gang, geen idee waarom...
Samen met Nima in ons prive-eetkamertje
Ergens langs de kant van weg, onderweg naar Shangri-La


Songtham retreat in Shangri-La

Onze kamer met uitzicht op het klooster


Het gezellige restaurant van het retreat


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen